Tjeerd Oostendorp

 

  Tjeerd Oostendorp (’56) begon zijn muzikale loopbaan als solist op twintigjarige leeftijd bij verschillende ensembles en symfonie orkesten in Nederland. Hij speelde van 1979 tot 1989 in het Residentie Orkest te Den Haag en van 1989 tot 1995 in het Nationaal Orkest Bordeaux Aquitaine, Frankrijk. Hij is lid van het ASKO/SCHONBERG ensemble, van de David Kweksilber Big Band, en van het ensemble Solisten Residentie orkest. Zijn intensieve belangstelling voor hedendaagse muziek en de hoge eisen die hij aan zijn instrument stelt, resulteerden in een vernieuwde tuba met een grotere flexibiliteit en een breder klankbereik naar eigen ontwerp. Het instrument werd voor hem gebouwd in Keulen.

Vanaf 1985 legde hij zich toe op het opbouwen van repertoire voor tuba en begon hij ook zelf te componeren voor zijn instrument. Hij voerde stukken uit van een tiental componisten die voor hem zijn geschreven, werken van o.a. Boudewijn Tarenskeen, Mary Finsterer , Ron Ford, Jonathan Harvey en Richard Rijnvos, Kaliope Tsoupaki en Ignacio Baca-Lobero. Uit zijn ervaringen in de jazzmuziek ontstond tevens de blijvende behoefte om geïmproviseerde muziek te spelen. Zijn repertoire bestaat nu uit 25 werken. Verscheidene belangrijke composities voor tuba werden door hem voor het eerst in Nederland uitgevoerd; zo speelde hij de Nederlandse première van K. Penderecki’s “cappri-ccio”, van G. Oestwolskaja, “Dona Nobis Pacem”, van L. Nono, “Post Praeludium”, een bewerking van “Keren” voor trombone solo van Xenakis, en de wereldpremiere van “Mappo Mondo”, van Richard Rijnvos. Hij had een solorol in “Inori” en “Orkesterfinalisten” van Karlheinz Stokhausen, en “Prometeo” van L. Nono. en maakte opnames van o.a het concert voor tuba en ensemble, “Alla Marcia” van P. J. Wagemans. In 1993 richtte hij de High Gravity Band op. Dit ensemble speelde zowel gecomponeerde als geïmproviseerde muziek, en legde zich toe op de lage registers van het klankspectrum. Hij componeerde stukken voor tuba en slagwerk, vier contrabassen, twee contrabassen met piano, het ASKO/SCHONBERG ensemble en orkest ‘de Volharding’. Op het ogenblik concentreert hij zich op composities met geluidsband en elementen van improvisatie.